Overgaan van het een naar het andere, en veel aan elkaar plakken, is wat er vaak in de speelgroepen gebeurt.
Om tegemoet te komen aan het speelschema scheppen, stond er een bak met sensorisch materiaal klaar. Van scheppen en voelen, naar schepje voor schepje in de fles, door de trechter, en/of met de vingers. Beweeg je de fles langzaam heen en weer dan klinkt het als een regenstok, maar je kunt hem ook rollen of schudden, of ...
Van sensorische bak werd het een koffiemachine, en daarna ging de koffiepot de raket in. In de raket werd koffie met gebak geserveerd, en daarna op weg naar Mars. De maanrovers werden losgehaald van de raket. Er werden diverse rondjes gereden (rennen om de tafel).
Als kinderen vragen of ik meespeel, speel ik (meestal) mee. Soms speel ik hetzelfde, soms voeg ik iets toe wat later weer opgepikt wordt door een kind of uitgebreid. Mijn maanrover ging die dag niet zo hard. Op een gegeven moment speelde ik dat de energie van mijn maanrover op was en stond mijn maanrover stil. Ik was benieuwd wat de reacties zouden zijn. We overlegden hoe ik de maanrover terug naar de raket kon krijgen. Ik kon hem wel duwen of trekken. Ik zei dat ik er een touw aan vast maakte en daar dan aan trok. Ik deed voor hoe dat er dan uitzag en bracht mijn maanrover terug naar de raket. Na nog een paar rondjes, was ook een andere maanrover leeg. Het kind van die maanrover trok hem ook terug naar de raket: "Er hangt een touwtje aan" Ik: "Hangt het touwtje los?" Het kind: "Ja, en er zit een stekker aan".